1.19

Je komt als hulpverlener op de motor als eerste aan bij een incident op een autosnelweg waar ter plaatse een snelheid is toegestaan van 100 km/u. Als gevolg van een regenbui is het asfalt ter plaatse nat. Je besluit om de motor in te zetten als beveiligingsvoertuig. Op welke afstand plaatst je je motor?